Bestuurders aan het woord

Naar een nieuw pensioencontract

De kogel is door de kerk. Uiterlijk in 2026 gaat het pensioen dat u via uw werkgever opbouwt anders geregeld worden. Dat zijn het kabinet en de werkgevers en werknemers deze zomer in het Pensioenakkoord overeengekomen. Hoe gaat het pensioen van de toekomst eruit zien? We vroegen het aan bestuursleden Huub van den Dungen en Fred Kagie van Pensioenfonds Rail & Openbaar Vervoer.

Waar gaat het pensioenakkoord over?

Fred Kagie: 'In het pensioenakkoord hebben het kabinet, de werkgevers en werknemers afspraken gemaakt over de toekomst van ons pensioenstelsel. Er is afgesproken dat de AOW-leeftijd minder snel zal stijgen. En er zijn afspraken gemaakt over het pensioen dat je via je werkgever opbouwt of hebt opgebouwd, dus bijvoorbeeld bij het Pensioenfonds Rail & Openbaar Vervoer’.

Waarom moet er eigenlijk wat veranderen aan de pensioenen?

Huub van den Dungen: ‘We hebben in Nederland zo’n beetje het beste pensioenstelsel ter wereld. Bijna nergens wordt zoveel geld opzij gezet voor later. En voor dat geld wordt door de pensioenfondsen goed gezorgd. Ik behoorde dan ook lang tot de mensen die zeiden: daar moeten we niets aan veranderen. Maar toch lopen we de laatste jaren tegen flinke problemen op. Die heeft iedereen wel gemerkt, denk ik. Zo hebben we de pensioenen al jaren niet of nauwelijks kunnen laten meegroeien met de prijsstijgingen. Sterker: er is bij veel fondsen sprake van geweest dat ze de pensioenen moeten verlagen. En dat terwijl we de afgelopen jaren veel verdiend hebben op de beleggingen en de pensioenkassen goed gevuld zijn. Dat is bijna niet te verkopen. Hoe kan dat? Het komt vooral doordat wij onze deelnemers veel zekerheid willen bieden over de hoogte van hun pensioen. Dat kunnen we alleen als we aan strenge financieringsregels voldoen. Daarbij speelt de rente een grote rol. Omdat die rente nu zo laag is, moeten we rekening houden met lage toekomstige rendementen. En dus moeten we nu veel meer geld hebben voor de pensioenen.’

Dus dat maakt de pensioenen duur?

Van den Dungen: ‘Precies. Het zorgt er ook voor dat de premie die werknemers en werkgevers samen betalen de komende jaren enorm zou oplopen. Dat is niet op te brengen. En over de premie gesproken, die vormt ook op een andere manier een probleem. Op dit moment betalen jongeren en ouderen dezelfde premie voor dezelfde pensioenopbouw. En dat terwijl het pensioen van jongeren veel goedkoper is – de ingelegde premie heeft namelijk meer tijd om aan te groeien. Feitelijk betalen jongeren nu te veel voor hun pensioen. Dat past in een tijd dat mensen een leven lang bij een werkgever bleven. Maar nu staat dat onder druk. Wat als je op je 40ste zzp-er wordt? Dan heb je dus te veel betaald voor je pensioen. Daar moet het nieuwe pensioenstelsel ook een oplossing voor vinden: iedereen moet krijgen waar hij voor betaalt.’


Huub van den Dungen


Huub van den Dungen werkt bij FNV en is bestuurslid namens de gepensioneerden: Het pensioen gaat meer schommelen dan nu het geval is. Maar berekeningen wijzen wel uit dat dit gemiddeld gesproken tot een hoger pensioen zal leiden.

Fred Kagie


Fred Kagie werkt bij Qbuzz en is bestuurslid namens de werkgevers: ‘Veel van wat ons nu sterk maakt, blijft behouden. We blijven veel geld voor later opzij zetten. En we blijven daar in een collectief pensioenfonds goed voor zorgen.

Hoe gaat dat pensioen van de toekomst eruit zien?

Kagie: ‘De details moeten nog worden uitgewerkt, maar we kennen al wel de hoofdlijnen. Het belangrijkste is dat er geen belofte meer wordt gedaan over de uiteindelijke hoogte van je pensioen. We gaan voor iedereen bijhouden hoeveel pensioenkapitaal hij of zij opbouwt in zijn pensioenpot. Dat groeit aan door de premie die je met je werkgever stort. Het pensioenfonds belegt het geld en de resultaten hebben direct effect op je pensioenpot. In goede beleggingsjaren groeit je pensioenpot dus aan en gaat je pensioen omhoog. En in slechte jaren gebeurt het omgekeerde. Je pensioen gaat dus veel directer dan nu meebewegen met de economie, of preciezer: met de beleggingsrendementen die het pensioenfonds boekt. We laten je dan jaarlijks zien hoeveel kapitaal er beschikbaar is voor je pensioen. En we geven een indicatie van het pensioen waarop je uit lijkt te kunnen komen. Nogmaals: dat gaat per jaar meer schommelen dan nu het geval is. Maar berekeningen wijzen wel uit dat dit gemiddeld gesproken tot een hoger pensioen zal leiden.’

Maar het wordt dus een heel onzeker pensioen?

Van den Dungen: ‘Dat valt wel mee, denk ik. Allereerst worden er wat elementen in de regeling ingebracht die de scherpe kantjes er vanaf halen. Zo kunnen goede en slechte rendementen over meerdere jaren worden uitgesmeerd. Ook willen we de pensioenen van ouderen beschermen tegen schommelingen. Jongeren kunnen meer risico lopen, omdat zij langer de tijd hebben om eventuele dalingen van hun pensioen weer goed te maken. Maar de details hiervan moeten nog uitgewerkt worden. Maar misschien wel het belangrijkste: in elke bedrijfstak kunnen de cao-partners de regeling zelf gaan invullen. Onze bedrijfstak en ons pensioenfonds kennende, gaan wij dat doen met oog voor de cultuur van onze sector. En die is niet erg gericht op het nemen van grote risico’s. Wij gaan nu voor degelijk en stabiel, en dat zal in de toekomst niet anders zijn.’

Blijft het goede van ons pensionstelsel overeind?

Kagie: ‘Ja, veel van wat ons nu sterk maakt, blijft behouden. We blijven veel geld voor later opzij zetten. En we blijven daar in een collectief pensioenfonds goed voor zorgen. Juist met dat collectieve ben ik blij. Samen zorg je het best voor een goed pensioen. We blijven samen beleggen, we delen de risico’s eerlijk over jong en oud, houden de kosten laag en dragen samen ook de andere risico’s die er bij een pensioenfonds spelen. En nogmaals: wij zullen als bedrijfstakpensioenfonds het pensioen binnen de nieuwe regels zoveel mogelijk afstemmen op de cultuur van onze mensen.’

Wanneer gaan we er wat van merken?

Kagie: ‘Dat duurt nog wel even. In het pensioenakkoord staat dat de nieuwe regels uiterlijk in 2026 in moeten gaan. Maar ben je als bedrijfstak eerder klaar, dan mag het ook eerder. Nu ligt eerst de bal bij het parlement: de afspraken moeten in een nieuwe wet gegoten worden. Ondertussen worden de plannen ook verder uitgewerkt. Pas als dat allemaal klaar is, zijn de bedrijfstakken aan zet. Dan gaan de sociale partners en de pensioenfondsen de regelingen invullen. Wij zitten tot die tijd trouwens niet stil, maar gaan ons nu al voorbereiden. En, niet onbelangrijk: we houden u uiteraard op de hoogte.’

Meer over het pensioenakkoord leest u hier.